Schelpdieren tussen de windmolens

De bouw van windmolenparken op zee biedt mogelijk unieke kansen voor de voedselproductie. Schelpdierriffen en weelderig groeiend zeewier tussen de monopiles kunnen een rijk leefgebied vormen voor vis, krab en kreeft. Toch is nog aardig wat praktijkgericht onderzoek nodig voordat de eerste oesters uit een windmolenpark kunnen worden opgevist.

Alle nieuwsberichten

,,Die prachtige tekeningen van windmolenparken met tussen de monopiles lijnen zeewier, oesterriffen en vissen, zie ik al jaren voorbij komen’’, zegt Jasper van Houcke, senior onderzoeker en coördinator bij onderzoeksgroep Aquaculture in Delta Areas van de HZ UAS. ,,Maar operationele commerciële voorbeelden ken ik nog niet. Wel zijn er wat onderzoekspilots over een enkele lijn zeewier en over teruggeplaatste oesters in allerlei constructies. Daarnaast lopen er wat onderzoeken naar de effecten van windmolenparken op de ecologie. Toch is nog helemaal niet duidelijk welke invloed die hebben op het mariene leven. Laat staan dat we weten wat het meervoudig gebruik van zo’n park voor effect heeft op de ecologie.’’

Praktijkgericht onderzoek

Meervoudig gebruik van windmolenparken op zee is volop in ontwikkeling. Na de fase van plannen en ideeen maken, is het tijd voor het hbo om aan te haken met praktijkgericht onderzoek. ,,Het belooft een interessante en leuke tijd te worden. Er liggen zowel technische vraagstukken als ecologische vraagstukken’’, zegt Jasper. ,,Studenten die meewerken in projecten rondom meervoudig gebruik van windmolenparken komen na hun studie goed beslagen ten ijs. Dat is precies wat we als hbo willen.’’

Meewerken aan zo’n onderzoek betekent niet per se dat studenten daadwerkelijk in een bootje stappen en de zee opvaren om in een windmolenpark aan de slag gaan. ,,Om zo’n park in te mogen moet iemand voldoen aan heel veel veiligheidseisen’’, zegt Jasper. ,,Daarom gaan we een groot deel van wat we in zo’n park willen onderzoeken, eerst ergens anders uitproberen. Stel dat we platte oesters willen introduceren tussen de windmolens, dan moeten we uitgangsmateriaal hebben. Oesterbroed zwemt vrij rond. Uiteindelijk vormen de larven een schelpje en gaan ze hechten. Proeven laten zien voor welk substraat dat schelpje een voorkeur heeft. Graniet, schelpmateriaal of zand. Op basis van zo’n onderzoek weet je welk substraat je in zo’n windmolenpark moet aanbieden om te zorgen dat daar zoveel mogelijk oesters gaan groeien.’’

Wier en Wind

Veel partijen juichen meervoudig gebruik van windmolenparken op zee toe. Initiatieven waarin het bedrijfsleven met overheid en kennisinstituten samenwerken, liggen klaar of gaan van start. Nu al is de HZ bij verschillende projecten betrokken. Een daarvan is het Interreg project , een samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. ,,In dit project kijken we of we een proefkwekerij voor zeewier in een windpark op zee kunnen krijgen, op semi-commerciële schaal. Dat loopt van A tot Z. Ontwerp van een kwekerij, ontwerp van een oogst-zaaimachine, het implementeren van de kwekerij. Daarna volgt onderzoek in de kwekerij zelf. Er wordt in verschillende seizoenen zeewier gekweekt. Daarbij komen wij in beeld. We kijken naar de impact van zo’n kwekerij op het windmolenpark. Welke praktische problemen komen we tegen. Het hele onderzoek moet leiden tot een framework hoe je dit soort activiteiten in een windmolenpark van de grond kunt krijgen en waarmee je partijen kunt overtuigen dat het mogelijk is.’’

Ecoscour

Een ander voorbeeld van een project waar HZ-studenten bij betrokken zijn is Ecoscour. Baggerbedrijf Van Oord gaat in het innovatie-kavel Borssele V onderzoek doen naar scour protection. Zo’n scour bestaat meestal uit granietblokken die de zeebodem beschermen tegen erosie en ervoor zorgen dat de monopile stevig blijft staan. In dit innovatieve project wordt onderzocht hoe deze bescherming zo kan worden ontworpen dat bepaalde diersoorten ervan profiteren, zoals krabben, kreeften en vissen. Een ander deel van dit project onderzoekt de introductie van de platte oester in dat windmolenpark. Voor studenten levert Ecoscour interessante onderzoeksvragen op, vindt Jasper. ,,Binnen dit project kijken we naar welk substraat het beste werkt en of we volwassen dieren of broedjes moeten inbrengen. We gaan kijken naar de invloed van de oesterteelt op de kosten en baten van de installatie, hoeveel euro’s moet je investeren en hoeveel oesters krijg je daarvoor terug. Hoe goed groeien de oesters in dat park op die locatie? Als de kweek succesvol is, waar komen de larven dan terecht?’’

Oogst

Wanneer consumenten van de eerste ‘windparkschelpdieren’ kunnen gaan genieten is nog de vraag. Ook is nu nog onduidelijk of het telen en oogsten van zeewier tussen de monopiles mogelijk is. Wier & Wind verwacht nog dit najaar de plannen in praktijk te brengen en na afloop van het Ecoscour-project van Van Oord kan daadwerkelijk worden gestart met een poging oesterbroed uit te zetten in windmolenparken. Lopen die projecten eenmaal, dan komt meer informatie beschikbaar, verwacht Jasper. ,,Eindelijk is het dan mogelijk de weelderige, kleurrijke tekeningen te toetsen aan de werkelijkheid.’’

bron: fd