Klaas Timmermans – wetenschapper en afdelingshoofd NIOZ Yerseke – vertelt

Alle nieuwsberichten

Klaas Timmermans zat vaker op de oceaan dan Kapitein Rob, Suske en Wiske en Kuifje samen. Als wetenschapper verrichtte hij jarenlang onderzoek naar organismen in de zee. En nog steeds voelt hij zich senang op het water. Of dat nou in een roeiboot, op een woonark of aan boord van een expeditieschip bij Antarctica is.

Op expeditie? Dat klinkt als een jongensdroom!

Dat was het ook. Na mijn studie biologie aan de Universiteit van Amsterdam ben ik in 1991 gepromoveerd. Ik deed ecotoxicologisch onderzoek naar de effecten van allerlei zware metalen in zoet water. Daarna kon ik bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) beginnen. Daar ging ik de zee op met grote onderzoeksschepen. Vier keer op expeditie naar Antarctica. Steeds voor twee tot drie maanden. In totaal heb ik een jaar van mijn leven op zee gezeten.

Hoe was dat?

De oceaan is zo onmetelijk groot! Onvoorstelbaar. We vertrokken uit Kaapstad en waren weken aan het varen, zeven dagen per week. Alles wat je zag was alleen maar water. Verder helemaal niks. Aan het eten kon je zien wat voor dag het was. Zaterdag kregen we verse broodjes. Onderweg namen we watermonsters af. Soms gingen we zelf het water in. De sensatie van zwemmen in water van vier kilometer diep, onbeschrijfelijk!

Wat voor onderzoek deed je?

Als bioloog heb ik ongeveer 25 jaar van mijn leven besteed aan onderzoek naar de effecten van bijzonder lage ijzerconcentraties -dus het element ijzer- op de groei van algen. Algen zijn microscopisch kleine plantjes die zweven in het water. Rond Antarctica zijn veel voedingsstoffen in het water aanwezig, stikstof, fosfaat. En er is voldoende licht. Toch groeien de algen daar niet of nauwelijks. We noemen dit de Antarctische paradox. Langer dan een eeuw breekt de mens zich het hoofd waar dat door komt. Inmiddels zijn we erachter gekomen dat de beschikbaarheid van ijzer als element daarin een grote rol speelt. Normaal stroomt ijzer via rivieren de zee in. Ook stof uit de Sahara dat zich via de atmosfeer verplaatst zorgt voor ijzer in het water. Rond Antarctica heb je die verschijnselen nauwelijks. Daar zijn geen woestijnen of rivieren en ook in de ijskap zit geen ijzer. Dus de afwezigheid van ijzer is bepalend voor het niet groeien van algen bij Antarctica.

Je hebt 25 jaar besteed aan onderzoek. Hoe oud ben je nu?

Wat een impertinente vraag! Ik ben 61. Age is a state of mind, ik probeer nooit volwassen te worden.

Je bent geboren in Bussum. Waar komt de fascinatie voor water vandaan?

In de maand mei ging ons gezin voor een maand naar Texel op vakantie. Aan het strand, bij de zee verwilderden wij, werd gezegd. Mijn grootvader van moeders zijde was gezagvoerder bij KNSM. Dat ik na mijn studie biologie iets met water ging doen, lag voor de hand. En als ik zie wat voor werk ik nu mag doen, heb ik weinig reden tot klagen.

Wat doe je voor werk?

Ik ben in de eerste plaats wetenschapper bij het NIOZ. Volgend jaar werk ik daar 30 jaar. Mijn specialisatie is zeewier. Tot september werk als interim afdelingshoofd bij NIOZ Texel. Daarna geef ik weer leiding aan de NIOZ afdeling Estuariene en Delta Systemen (EDS) in Yerseke. Verder ben ik gelukkig met mijn werk als honorair hoogleraar bij de RijksUniversiteit Groningen en als lector aan de HZ University of Applied Sciences.

Je bent dus regelmatig in Zeeland. Wat vind je daarvan?

Ik ben trots op onze NIOZ-afdeling in Yerseke. Zeeuwen zijn prettige mensen, de lijnen zijn kort. En de omgeving is mooi. Ik huur een woonark in Arnemuiden, daar heb ik ook mijn vakantie doorgebracht.

Wat doe je verder in je vrije tijd?

Dan ben ik ook op het water. Ik ben fanatiek roeier. Daarnaast fiets en wandel ik veel. Ik ben ook nog jarenlang imker geweest. Dat vak draag ik nu over.

Het is vakantietijd en we hebben te maken met corona. Heb je het rustig?

Alles gaat op volle snelheid verder. Ten tijde van corona leidinggeven aan een afdeling van honderd medewerkers is nieuw. Het is belangrijk dat mensen veilig kunnen werken. Daarnaast speelt in Zeeland het een en ander rondom de compensatiemaatregelen voor de marinierskazerne. Een leuk, maar ook gevoelig onderwerp.

Op welke manier ben je daarbij betrokken?

Toen ik in 2015 afdelingshoofd werd bij NIOZ Yerseke, kreeg ik twee opdrachten mee. Ten eerste moest ik ervoor zorgen dat er een excellent wetenschappelijke afdeling zou komen. Die was er eigenlijk al. De tweede opdracht was de binding met de regio versterken. Daar heb ik de afgelopen vijf jaar veel tijd in gestopt. Ik heb contact gelegd met de Provincie Zeeland, Rijkswaterstaat, UCR, HZ UAS en veel bedrijven. Met succes. We nemen deel aan het Delta Platform, dat de vele initiatieven in Zeeland bindt. En NIOZ-collega Tjeerd Bouma en ik zijn aangesteld als lector bij de HZ UAS. Verder kijk ik uit naar de komst van het Delta Kenniscentrum. De kers op de taart.

Wat houdt dat centrum in?

Het Delta Kenniscentrum gaat zich bezighouden met vraagstukken van deze tijd die bij Zeeland passen: water, voedsel en energie. De organisaties die betrokken zijn bij de oprichting zijn: HZ UAS, UCR, Scalda, Universiteit Wageningen en Universiteit Utrecht. Ik had graag gezien dat NIOZ ook een van de founding fathers was. Jammer dat dat niet is doorgegaan.

Waarom is dat jammer?

Zeeland is land in zee. Sinds 1953 hebben we ons teruggetrokken achter hoge dijken. Destijds een verstandige beslissing, want we leven in de veiligste delta ter wereld. Maar blijft de delta veilig als de zeespiegel stijgt? De vraag stellen is hem beantwoorden. De Oosterscheldekering kan een stijging aan van 50 cm. Maar wat als dat meer wordt? Dit is niet iets voor morgen of overmorgen, maar over pakweg 20 jaar hebben we wat anders nodig. We hebben nú de tijd om dat uit te zoeken. Daar komt heel wat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek bij kijken. En precies dát is de corebusiness van NIOZ.

Wat zou je willen onderzoeken?

Je zou kunnen denken aan wisselpolders. Akkers tijdelijk teruggeven aan de zee en later weer inpolderen voor agrarisch gebruik, natuurontwikkeling en toerisme. Je kan kijken naar alternatieve gewassen die meer zout verdragen. Ook met het oog op het tekort aan zoetwater op termijn. Wetenschappers zijn zeer geïnteresseerd in experimenten in die richting. Op gebied van waterkerende landschappen gaan we samenwerken met onze Gentse collega’s.

In de Vlaams-Nederlandse Samenwerking bedoel je?

Ja. De Belgen hebben daar behoorlijk wat ervaring mee. Niet aan de zeekant, want die hebben ze volgebouwd. Wel in de Schelde, een getijdenrivier. Ook zijn ze met ontpoldering bezig. Daar kunnen we nog wat van leren. Daarnaast lopen de Belgen voor met teelt van schaal- en schelpdieren in windmolenparken op zee. Ook gaan we samenwerken op het gebied van sociale innovatie: combineren van bètawetenschappers met alfawetenschappers, betrekken van de bevolking, creëren van draagvlak.

Nog even terug naar de wisselpolders. Bedoel je dat je land wilt laten onderlopen? Daar zit vast niet iedereen op te wachten.

Klopt. Je zal maar je leven lang dat land hebben bewerkt en dan van een of andere hotemetoot horen dat je het vol -zout- water moet laten lopen. Dat kan niet. Wij bepalen ook niet wat er gaat gebeuren, maar we willen wel de mogelijkheden laten zien. ‘De zee geeft en de zee neemt’, gaat niet meer op. We hebben de zee met dijken en kunstwerken buitengesloten. Dat beperkt de vorming van het land en dat willen we eigenlijk juist niet.

Wat bedoel je daarmee?

Wat denk je dat het hoogste punt is in Zeeland? Niet de Lange Jan. Ook niet dat hoge duin bij Zoutelande. Het hoogste gebied in Zeeland is het Verdronken Land van Saeftinghe. In dat buitendijkse gebied heb je natuurlijke sedimentatieprocessen. Daar slibt het op en vormt de zee het landschap. De delta is een dynamische omgeving. Laten we eens kijken of we daar in de toekomst flexibeler mee kunnen omgaan.

Zeewierteelt staat al een paar jaar in de belangstelling omdat het een duurzaam alternatief biedt voor ons voedsel. Wanneer is het te koop in de supermarkt?

Geduld is hier geboden. Als je kijkt naar de traditionele landbouw heeft de stap van aardappel tot Lamb Weston ook aardig wat tijd gekost. Je bent niet zomaar zeewierboer. Het probleem met zeewier en de productie daarvan is dat van A tot Z alles moet worden uitgevonden. De kennis om op grote schaal zeewier te verbouwen op de Noordzee hebben we in huis, maar vergt nader onderzoek. Hoe zet je zo’n lijn op? Hoe kom je aan goed uitgangsmateriaal? Is het mogelijk zeewier te veredelen? Hoe oogsten we wier en hoe verwerken we dat binnen 24 uur? Daar is nog werk aan de winkel.

Wat voor ambities heb je?

Wat ik wil is de volgende generatie een goede start geven. Ik wil collega-onderzoekers helpen hun carrière te ontwikkelen. Ze leren hoe ze wetenschappelijk onderzoek moeten doen. Meedenken en creatief zijn. Daar zijn geen handboeken voor. Welke vragen stel je? Hoe werk je aan de grenzen van wat we weten?

Voor veel mensen ben je een inspirator. Waar haal je zelf je inspiratie vandaan?

Tja… goeie vraag. Uit mijn omgeving, maar ook uit mezelf. Ik ben intrinsiek gemotiveerd om zaken voor elkaar te krijgen. Ik vind het heerlijk om mijn gedachten tegen anderen aan te houden en erover te discussiëren. Ook in mijn colleges. Ik ben geen wereldverbeteraar, maar heb wel voldoende kennis om bijvoorbeeld de kringloop van koolstof en stikstof te laten zien. Om aan te tonen dat we die verstoren en hoe we daar meer evenwicht in terug kunnen brengen. Nadenken over hoe je als samenleving wil zijn. Of we bereid zijn een ander soort model erop na te houden. En over de gevolgen daarvan. Ik houd van discussies waarbij je niet precies weet waar je het over hebt, buiten de grenzen denken. Daar krijg ik energie van.