‘Het kost veel organisatievermogen, maar het is de moeite waard’

Hoe zorg dat je dat nature based-oplossingen succesvol en duurzaam worden toegepast? Deelnemers aan het Living Lab Grensmaas proberen een antwoord op die vraag te vinden. Lector Floris Boogaard van de Hanzehogeschool en PhD-kandidaat Lotte de Jong zijn betrokken bij het project in het zuiden van Nederland en noorden van België.

Alle nieuwsberichten

Hoe zorg dat je dat nature based-oplossingen succesvol en duurzaam worden toegepast? Deelnemers aan het Living Lab Grensmaas proberen een antwoord op die vraag te vinden. Lector Floris Boogaard van de Hanzehogeschool en PhD-kandidaat Lotte de Jong zijn betrokken bij het project in het zuiden van Nederland en noorden van België.

Het Living Lab is een NWO-project binnen het project Grensmaas. Sinds 2017 verbreedt een consortium over een traject van 43 kilometer tussen Maastricht en Echt-Susteren het stroombed van de Maas, verlaagt ze de oevers langs de rivier en verhoogt en verbreedt ze de dijken. Doel van dit grootste rivierenproject in Nederland is om de veiligheid van omwonenden te verbeteren, maar door de werkzaamheden ontstaat er ook een nieuw natuurgebied in het zuiden van Nederland. De werkzaamheden worden betaald via de winning van 54 miljoen ton grind.

Het is een mooi voorbeeld van een succesvolle nature based-oplossing voor een probleem. Het Living Lab Grensmaas kijkt wat dit project tot een succes maakt en welke ecologische, economische en sociale voordelen het oplevert. De initiatiefnemers van het Living Lab hopen dat er een aantal ‘ontwerpprincipes’ uit voortkomen, die de maatschappelijke steun voor en levensvatbaarheid van nature based-oplossingen vergroten. Hoewel velen vaak enthousiast zijn over dit soort oplossingen, sterven nature based-plannen namelijk nog te vaak in schoonheid. Het Living Lab Grensmaas is niet onopgemerkt gebleven. Zo waren er al reportages en interviews op regionale zenders en zelfs het NOS Journaal.

Een living lab, wat is dat ook alweer?

 

 

Floris Boogaard: “In zo’n lab werken kennisinstellingen, overheden, bedrijven en inwoners samen aan innovatieve oplossingen voor een probleem op het gebied van klimaatverandering met de focus op water. Ze doen dat met elkaar in een levensechte omgeving en maken gebruik van de nieuwste technieken. Een living lab heeft geen echte start- en einddatum.”

Wie doen er allemaal mee aan dit lab?

Floris Boogaard: “Naast de Hanzehogeschool nemen Maastricht University, TU Delft, University of Twente en Wageningen University and Research deel als kennisinstellingen. Ook zijn de provincie Limburg en Rijkswaterstaat  betrokken en het Consortium Grensmaas dat in het gebied grind wint en werkzaamheden verricht. Bovendien willen we de inwoners, beleidsmakers, actiegroepen en andere geïnteresseerden zoveel mogelijk betrekken bij het project.”

Wat maakt het Living Lab Grensmaas bijzonder?

Floris Boogaard: “Bijzonder is dat het internationaal is. Het is immers niet voor niets de Grensmaas. We werken samen met België dat een andere cultuur heeft en waar andere regelgeving geldt. Dat maakt het lastig, maar ook interessant. We werken bovendien echt interdisciplinair. We gaan samen naar het gebied om tegelijkertijd data op te halen en kennis te delen. Een derde factor is dat we met innovatieve technieken werken, zoals een onderwaterdrone.”

Onderzoekers hebben drukke agenda’s. Hoe lukt het jullie om met zijn allen op hetzelfde moment het veld in te gaan?

Lotte de Jong: “Dat kost veel organisatievermogen, maar het is de moeite waard. In juni hebben we een een eerste ClimateCafé georganiseerd. We zijn een week lang met een deel van het team bij elkaar gekomen, deels online en deels in het veld. Je bent dan daadwerkelijk in het gebied waarover het gaat. Op maandag hebben belanghebbende partijen presentaties gegeven, op dinsdag en woensdag zijn we samen naar buiten gegaan en op donderdag en vrijdag analyseer en bespreek je de resultaten met elkaar. In het veld onderzoekt iemand bijvoorbeeld de fauna in het water, kijkt iemand zoals Floris naar de waterkwaliteit, interviewen andere onderzoekers omwonenden en neemt een deel gestructureerde observaties op. Gedurende de dag heb je steeds contact met elkaar. Je schrijft dus niet allemaal een apart rapport, maar wisselt kennis direct uit. En je leert elkaars taal spreken. Dat is zeer waardevol. Het is ook leuk om te kijken of natural sciences en social sciences via verschillende methoden tot dezelfde conclusies komen. En als er verschillen zijn, hoe kun je die dan verklaren?”

 

Floris Boogaard: “Ik maakte tijdens het ClimateCafé kennis met de killervlokreeft, een klein beestje dat veel leven in de Maas opeet. Ik kende het niet, maar kwam erachter dat het beestje overheerst door haar grote aanpassingsvermogen aan verschillende omstandigheden, zoals zoutgehalte en temperatuur. En dat zijn enkele parameters die wij gedetailleerd met continue sensoren over de gehele doorsnee en diepte van de rivier vastleggen. Zo leer je snel heel veel van elkaar en maak je eenvoudig interessante connecties.” 

Helpt die samenwerking ook bij het vinden van antwoorden?

Floris Boogaard: “Er is te weinig kennis over nature based-oplossingen in de grote, interdisciplinaire context. In ClimateCafés kijk je juist daar naar. Zo zeiden sommige omwonenden tijdens interviews dat ze ondanks de wateroverlast niet stonden te wachten op oplossingen als wadi’s om overtollig regenwater op te vangen. Voor mij is dat heel leerzaam, aangezien ik daar veel mee bezig ben. Daar kom je alleen achter via ClimateCafés, als er ook mensen worden geïnterviewd en je niet alleen kijkt naar technische oplossingen.” 

Komen er nog meer ClimateCafés?

Lotte de Jong: “Zeker. In het voorjaar organiseren we er nog een en daarna nog eentje. Drie is vrij uitzonderlijk, maar doordat het eerste voor veel aandacht heeft gezorgd, verwachten we ook veel enthousiasme voor de volgende cafés, die dan helemaal live zullen zijn. Het Living Lab duurt vier jaar, maar we hopen dat het mensen aanjaagt, zodat zij het levendig houden. We hopen dat er een soort learning community ontstaat voor de Grensmaas zonder einddatum.”  

Dr. ir.

Dr. ir. Floris Boogaard

Lector Ruimtelijke Transformaties

floris@noorderruimte.nl

+31 6 41 85 21 72

14 april 1972

Civiele Techniek aan de TU Delft

Mail sturen